Ik werk hier.
I work here.
Sentences
Practice useful Work & Office sentences.
Learn
Checking recorded audio…
Ik werk hier.
I work here.
Ik werk in IT.
I work in IT.
Wat doe je voor werk?
What do you do for work?
We hebben om twee uur een vergadering.
We have a meeting at two.
Kunnen we de vergadering verzetten?
Can we reschedule the meeting?
Kun je me de agenda sturen?
Could you send me the agenda?
Ik stuur je een e-mail.
I'll send you an email.
Kun je uiterlijk morgen antwoorden, alsjeblieft?
Could you please reply by tomorrow?
We hebben een deadline.
We have a deadline.
Dit is dringend.
This is urgent.
Kun je me hiermee helpen?
Could you help me with this?
Kun je hier even naar kijken?
Could you take a look at this?
Ik werk vandaag vanuit huis.
I work from home today.
Ik ben op kantoor.
I'm in the office.
Ik heb een probleem met mijn computer.
I have a problem with my computer.
Het internet doet het niet.
The internet isn't working.
Laten we dit later bespreken.
Let's discuss this later.
Laten we even pauze nemen.
Let's take a break.
Dank u voor uw tijd.
Thank you for your time.
Ik zie uw reactie graag tegemoet.
Looking forward to your reply.